|
Bordjesdrager
Tijdens de optocht in het dorp van de organiserende schutterij worden de
schutterijen voorgesteld aan het aanwezige publiek. Elke schutterij dient
volgens de reglementen vooraf te worden gegaan door de bordjesdrager. Een taak
die hoog in het vaandel staat bij menig dochter of zoon van een van de
schutters. De kinderen vinden dit vooruitlopen prachtig, temeer omdat de
schutters na afloop collecteren voor de moeite. Juryleden controleren de
bordjesdrager of ze niet te ver voorop lopen en of ze een beetje in de pas
lopen.
|
 |
Bielemannen
Achter de bordjesdrager lopen de Bielemannen. Lange baarden, stoere blikken en
brede schouders waarom een gevaarlijke bijl rust. Taak van deze bielemannen is
het verwijderen van wegversperringen zodat de schutterij ongehinderd zijn weg
kan vervolgen. Een bijl kan dan natuurlijk goed van pas komen. In het grijs
verleden liepen deze bielemannen voor de processie uit om opgeworpen obstakels
op te ruimen die waren neergelegd door onverlatenen? die de processie wilden
verstoren. Menig protestant kreeg hier de schuld van. |
 |
|
Tamboer Maître
U hebt hem vast wel eens gezien, de tamboer maître; de man die al marcherend
voor zijn korps de maîtrestaf hoog in de lucht werpt om hem een paar passen
verder weer keurig op te vangen. Applaus klatert op, maar hij schrijdt onbewogen
verder, nog rechter op dan voorheen. Het publiek houdt de blik op hem gericht en
vraagt zich in spanning af wanneer hij het nog eens zal doen. Voor toeschouwers
is de tamboer maître veelal de populaire figuur. Door zijn houding, zijn
acrobatische vaardigheid met de stok, zijn gedurfde 'opgooien' en soms zijn
indrukwekkende uniform, trekt hij de meeste aandacht en sympathie. Er zijn
inderdaad ware meesters onder de maîtres, die op onnavolgbare wijze zichzelf en
daarmee hun korps presenteren. Hij bepaalt welk muziekstuk er gespeeld
wordt. Met zijn stok geeft hij het tempo aan en de richting waarin het korps
zich moet verplaatsen
|
 |
|
Muziekkorps
De schutterijen huurden in de 16e en 17e eeuw bij gelegenheid van processies en
andere officiële bijeenkomsten een of enkele tamboeren in om het gezelschap
ritmisch te begeleiden. Daarin veranderde in de 18e en 19e eeuw weinig.
De drumbands die de huidige schutterijen met hoorngeschal en welluidende klanken
voorgaan, zijn in feite pas na de tweede wereldoorlog in opmars gekomen.
Afgezien van het feit dat muziek bij marcheren hoort. Hoewel hiernaar nog
slechts weinig wetenschappelijk onderzoek is verricht, mogen we ervan uitgaan
dat de opkomst van muziekgezelschappen aan het einde van de 19e, begin 20e eeuw
mede een rol heeft gespeeld. En nadat de Amerikanen tijden de Tweede
Wereldoorlog hadden getoond welk muzikaal spektakel brassbands voortbrengen, was
menige schutterij in de jaren '50 verkocht
|
 |
|
Marketentsters
Tot
begin jaren zeventig waren er geen vrouwen lid van de schutterij. De behoefte
was er wel wat zich uiteindelijk vormde in de marketentsters. Marketentsters is
afgeleid van “markentare”, het verkopen en verhandelen. De huursoldaten in de 16e
en 17e eeuw moesten zelf voor hun eten zorgen. Hun vrouwen wilden bij
hun zijn en zij trokken, vaak met kind, achter het leger aan en zorgden dat hun
echtgenoot voldoende te eten kreeg. De vrouwen maakten van de nood een deugd, en
boden ook anderen voedsel en drank als koopwaar aan. De marketentsters dragen
dan ook een mand met daarin kaas, vlees en stokbrood. In het vaatje zit sterke
drank.
|
 |
|
Vaandel
De achtergrond van de symboliek gaat honderden jaren terug naar de tijd dat een
vaandel nog een duidelijke functie had op het slagveld. Het fungeerde in de vaak
chaotische strijd als een herkenningspunt voor de soldaat. Aan kleuren en
symbolen op de grote lap stof kon hij zien waar zijn onderdeel, zijn regiment en
dus ook zijn commandant, zich bevond. Viel het vaandel in de handen van de
vijand dan was hij zijn baken kwijt en dat betekende een enorme klap voor het
moreel. Daarom werd het vaandel altijd bewaakt door een speciale vaandelwacht
die het altijd omringde en tot het uiterste verdedigde. Op dat vaandel is de
naam van de schutterij, de (vermoedelijke) datum van oprichting en een
afbeelding van de beschermheilige geborduurd.
|
 |
|
Koning met Koningin
Ze zijn niet te missen in een optocht de koning en zijn koningin. De koning
draagt het koningszilver. Dit is een prachtig palet zilveren koningsplaten die
borst en rug bekleed. Het middelpunt van al dit pracht is een zilveren
koningsvogel. Aan zijn snavel hangt de koningsplaat van de huidige koning, aan
zijn staart hangt de koning van het jaar ervoor. Rechts naast de koning loopt
zijn koningin gekleed in een prachtige jurk met in haar rechter hand een
bloemstuk. Elk lid kan koning worden. Naar eeuwenoud gebruik wordt er elk jaar
door de leden van de vereniging, volgens reglement op de vogel geschoten. De
vogel bestaat uit een blok hout in de vorm van een vogel die bovenop de
schietpaal word geplaatst. De leden schieten in volgorde van loting om de beurt
net zolang op de vogel tot het laatste stuk overblijft. Hij die dit laatste
stukje naar beneden schiet mag zich voor het komende jaar koning noemen. Is het
de derde keer dat hij het voor elkaar krijgt, wel achterelkaar, dan word hij tot
het einde der dagen keizer. Lukt het niet achter elkaar dan kan hij ook keizer
worden als hij tijdens zijn schuttersloopbaan de vogel vijf keer naar beneden
schiet.
Nadat de nieuwe koning bekend is, wordt de koningsden in een feestelijke stoet
meegevoerd en geplant bij de woning van de zetelende koning. De den wordt voor
de woning van de schutterskoning geplant, waar hij als een erezuil blijft staan
zolang zijn koningschap duurt.
|
 |
|
Generaal
Een
generaal is een verdiende titel die wordt gekozen. Klinkt tegenstrijdig maar je
moet het een en ander voor de vereniging betekent hebben en de leden bepalen dus
of iemand dit ook mag zijn.
|
 |
|
Officieren
Achter de koning marcheren de officieren. Zij bekleden in tegenstelling tot hun
voorvaderen weliswaar niet meer automatisch een functie in het bestuur van de
schutterij, maar zijn toch min of meer de 'meest aanzienlijken' van het
gezelschap. Hun rang kregen zij als dank voor jarenlang inzet voor de
vereniging. Dus mogen zij zich tooien met een fraaie pluim op de hoed, gouden
epauletten op de schouders en een oranje sjerp om de heup.
|
 |
|
Geweerdragersgroep
Achter de officieren marcheren de geweerdragers. In rotten van vier met het
geweer op de rug, witte handschoenen en de linker hand opzwaaiend tot koppel
hoogte. Gewapend is in feite elk lid dat "achter" het vaandel loopt.
|
 |
|
Commandant
Hij
heeft de leiding bij optochten en exercitie. Als commandant van de schutterij
moet hij ervoor zorg dragen, dat iedereen, van bordjesdrager tot laatste
geweerdrager, in gelid loopt en op de juiste tijd doet wat hij moet doen. De
Commandant loopt naast de colonne en bekleedt de rang kapitein.
|
 |